Carthage: fact and myth

Gisteren heb ik voor het Rijksmuseum van Oudheden een aantal foto’s mogen maken van hun tijdelijke Carthago collectie. Deze tentoonstelling is momenteel een van de tentoonstellingen in het RMO en de foto’s zijn bedoelt voor het boek ‘Carthage: fact and myth’, het engelstalige boek wat bij de tentoonstelling hoort. Zodra het boek verschijnt plaats ik wel een linkje.

Voor meer info over de tentoonstelling: http://www.rmo.nl/carthago

RS500 voorjaarstrainen

Afgelopen weekend was het prachtig weer, en het toeval wilde dat ik weer op het water te vinden was. Naast dat ik zelf van het moment gebruikt heb om een paar uurtjes te zeilen (en knetterhard te gaan, er stonden een lekkere 16 knopen), heb ik ook mijn fotografieskills getraind en rondzeilende RS’en op de gevoelige plaat gevangen!

Hoewel ik nog steeds niet compleet overtuigd ben van mijn 18-135 mm lens ben ik er achter gekomen dat het diafragma ietsje terugstoppen (f/7.1) wonderen doet. Dat, in combinatie met een nieuwe manier van verscherpen in Lightroom, speciaal voor X-trans sensoren, maakt dat ik redelijk tevreden ben met m’n foto’s. Volgende keer eens kijken of ik een RS kan vangen met panning! 

RS-en tijdens het Ikamp
Een planerende RS500. Mijn eerste poging met de continue AF
RS-en tijdens het Ikamp
Een RS500 in plané, deze keer met single AF
RS-en tijdens het Ikamp
Een Laser Pico, gefotografeerd vanaf golfhoogte
RS-en tijdens het Ikamp
Een aanstormende Laser Pico, gefotografeerd vanaf golfhoogte
RS-en tijdens het Ikamp
Een H-boot vanaf wateroppervlakte gefotografeerd
RS-en tijdens het Ikamp
Een langsvarende RS500, single AF

Spelen met sluitertijd: panning

Eén van de belangrijkste ingrediënten bij fotografie is de sluitertijd. Sluitertijd kun je mee spelen: een korte sluitertijd zorgt ervoor dat een bewegend voorwerp stil op de foto komt te staan, terwijl een langere sluitertijd juist voor beweging en dynamiek in de foto kan zorgen doordat je onderwerp beweegt.

Een derde manier om te spelen met sluitertijd is ‘panning’. Het principe van panning is dat je, door een niet te korte sluitertijd te kiezen en je camera mee te bewegen met een bewegend onderwerp, je dit onderwerp stil op de foto zet, terwijl de achtergrond lijkt te bewegen. Hierdoor creëer je de sfeer dat je onderwerp snel beweegt.

Gisteren besloot ik om eens te kijken wat er allemaal bij komt kijken om met deze techniek aan de slag te gaan.

Allereerst is het nodig een sluitertijd te kiezen die lang genoeg is om bij het meebewegen van je camera de achtergrond te laten bewegen, maar kort genoeg is om het hoofdonderwerp niet bewogen te laten zijn. Deze sluitertijd hangt natuurlijk ook af van je onderwerp: een auto beweegt sneller dan een fiets, en behoeft dus een andere sluitertijd.

Ik koos op goed geluk een sluitertijd van 1/30 bij het fotograferen van auto’s.

Bij een sluitertijd van 1/30 seconde komen er echter andere problemen om de hoek kijken. Gisteren was het zonnig. Zelfst met de laagste ISO waarde die mijn camera in RAW kan bereiken (ISO 200) en het kleinste diafragma van mijn 35 mm lens (f/16) was met een sluitertijd van 1/30 seconde de foto nog steeds flink overbelicht.

Gelukkig was ik hier een beetje op voorbereid en had ik een ND4 filter meegenomen, wat het licht met 2 stops vermindert. Op deze manier kon ik nét een opname maken met bovenstaande instellingen.

Na wat pogingen kon ik de onderstaande opnamen maken:

Panning
Panning: ISO 200, f/16, 1/20 sec, ND4 filter
Panning
Panning: ISO 200, f/16, 1/20 sec, ND4 filter

Voor een eerste keer best goed gelukt, vond ik, maar auto’s zijn redelijk voorspelbaar en nu is het dus zaak op zoek te gaan naar moeilijkere onderwerpen. Mijn ultieme doel is natuurlijk om dit ook te kunnen toepassen op zeilboten, maar dat zal waarschijnlijk een vastere bodem vereisen dan een op de golven dansende rubberboot!

Een aantal punten die verder nog door mijn hoofd schoten:

  • Omdat je ‘beweging’ in je foto wil creëren in de richting van je onderwerp mee, is het belangrijk beweging in alle andere richtingen te voorkomen, omdat anders je onderwerp ook bewogen is. Hoe langer de sluitertijd, hoe moeilijker dit is. Stabilisatie in je lens of camera kan hierbij een belangrijk hulpmiddel zijn. Helaas heb ik nog geen ND filter voor mijn enige lens met stabilisatie.
  • Om het principe van panning toe te passen op een zonnige dag is het noodzakelijk een ND filter te gebruiken. Helemaal omdat ik de opname nu op f/16 moest maken, op welk punt diffractie je scherpte flink verminderd. Het liefst maak je de opname denk ik rond f/8, waarvoor je dus nog een extra stop ND filter nodig hebt. Op zonnige dagen is dus een ND8 filter een must. Bij grijzer weer kan minder wellicht volstaan.
  • Wanneer je onderwerp zich in een rechte horizontale lijn beweegt zou je kunnen overwegen een statief te gebruiken om vertikale bewegingen te voorkomen.
  • Ik heb er nu voor gekozen om van te voren scherp te stellen op een punt waar de auto’s langs zouden komen, zodat ik niet last-minute de autofocus hoefde te gebruiken. Een andere methode zou bijvoorbeeld zijn om de continue focus te gebruiken.

De ‘X’-factor

Er zijn vele cameramerken op de markt tegenwoordig. Canon, Nikon, Panasonic, Olympus, Samsung, Pentax en Fujifilm om de bekendste er gelijk uit te pikken. De keuze voor een bepaald cameramerk is lastig, want meer nog dan in de smartphoneindustrie zit je na de keuze voor een bepaald systeem hieraan vast, omdat je geïnvesteerd hebt in één of meerdere lenzen en accessoires die alleen bij dit merk passen. Overstappen van cameramerk kost dan veel geld, omdat tweedehands je apparatuur sterk in waarde daalt.

Elk merk heeft daarnaast zijn eigen fanbase (vergelijk het maar met Apple vs. Android). Hoewel in de smartphoneindustrie de gemoederen volgens mij nog nét wat hoger oplopen, zijn er ook in de cameramarkt personen die graag anderen ervan overtuigen dat hún cameramerk toch echt beter is. En natuurlijk heeft iedereen zijn voorkeur, en natuurlijk heeft elke cameralijn zijn voor -én zijn nadelen, maar ik heb sterk de verdenking dat een groot deel van deze personages vooral hun eigen aankoop probeert te verdedigen. De waarheid (die van mij althans) is dat elk cameramerk tegenwoordig goede camera’s op de markt zet, en dat ze kwalitatief weinig van elkaar verschillen.

Toen ik 2 jaar geleden geïnteresseerd raakte in de – nog tamelijk nieuwe – markt van de systeemcamera’s was de keuze nog iets beperkter dan hij nu is. De keuze was voornamelijk tussen de MFT systemen van Olympus en Panasonic (waar de reviews toen nog niet zo lovend over waren), het beginnende systeem van Sony (waar nog maar weinig goede lenzen voor waren) en de vreemde eend in de bijt: het systeem van Fujifilm. Prachtig retro vormgegeven, weinig (maar goede) lenzen en daarnaast duur.

Dat ik uiteindelijk gekozen heb voor Fujifilm had toendertijd een paar redenen, niet allemaal gebaseerd op common sense:

  1. Mijn extreem goede ervaring met Fujifilm’s X10 compactcamera.
  2. De retro vormgeving. Hoewel het misschien niet het beste argument is, wil het oog ook wat, en ben ik gewoon verliefd geworden op het uiterlijk van de Fujifilm camera’s. Hoewel Olympus met de PEN serie ook ‘retro’ camera’s op de markt zette, is het naar mijn mening Fujifilm als eerste gelukt dit in de praktijk goed neer te zetten.
  3. De drie lenzen die Fujifilm uitbracht bij introductie van de X-lijn. In plaats van twee standaardzooms (18-55 en 55-200) uit te brengen, zoals veel cameramerken in het begin deden, brachten ze drie lichtsterke primes uit: de 18 mm, de 35 mm en de 60 mm Macro. Dit duidde voor mij op een insteek op kwaliteit en professionele fotografie.
  4. De aanwezigheid van een (uitstekende) elektronische zoeker (of optische/elektronische combinatie) op de camera’s. Dit was toen nog een zeldzaamheid.

Intussen zijn we twee jaar verder, is de systeemcameramerkt volwassen geworden en zijn alle fabrikanten ingestapt. Olympus heeft zijn prachtige OM-D E-M1, Panasonic heeft zijn GX-7, Sony heeft de full frame alfa serie, Fujifilm heeft de XT-1. Alleen de grote spiegelreflexproducenten Canon en Nikon blijven wat achter. Canon heeft voor zijn systeem na 2 jaar slechts 4 lenzen geproduceerd en Nikon heeft wat mij betreft met de inzet op de 1″ sensor de plank misgeslagen.

Hoewel ik mijn mening dat al de bovenstaande merken goede camera’s op de markt zetten graag wil herhalen, ben ik nog steeds blij dat ik twee jaar geleden – toch min of meer op basis van een educated guess – gekozen heb voor Fujifilm. Opmerkelijk (en fijn) is dat na twee jaar de redenen voor deze keuze nog steeds ongeveer hetzelfde zijn:

  1. Nog steeds niet geheel sensible: het retro uiterlijk, ik ben er nog steeds verliefd op.
  2. Het aanbod qua lenzen is in 2 jaar opgelopen van de drie oorspronkelijke primes naar zo’n 20 lenzen, variërend van profesionele workhorses tot kwalitatief uitstekende lichtsterke primes.
  3. De makkelijke en fysieke bediening: dit is een voordeel wat ik oorspronkelijk niet heel erg had ingezien. Fujifilm heeft naast het retro uiterlijk ook de retro bediening ingevoerd. Dat wil zeggen dat je een fysieke draaiknop hebt voor de sluitertijd (in de praktijk schiet ik altijd op diafragmavoorkeur, dus gebruik ik die niet echt), een fysieke ring op de lens voor de diafragma (ontzettend fijn!), een fysieke draaiknop voor de belichtingscompensatie en op de XT-1 een fysieke knop voor de ISO. Dit is even wennen, maar daarna ontzettend fijn om te gebruiken.
  4. De beeldkwaliteit en resultaten bij hoge ISO.
  5. Fujifilm’s policy aangaande firmware updates. Fujifilm heeft een policy om nieuwe features ook aan te bieden voor oudere camera’s, zodat die nog een beetje up-to-date blijven. Het beste voorbeeld is de firmware update voor de X100 die de autofocussnelheid enorm verbeterde, terwijl de nieuwe versie, de X100s al op de markt was. Hierdoor ben je – in ieder geval een bepaalde tijd, soms zelfs tot twee jaar – verzekerd van de nieuwste features en een steeds verbeterende camera.

Bovenstaande wil niet zeggen dat ik niet af en toe jaloers naar een ander cameramerk kijk. Ik zou graag eens een keertje met de Olympus OM-D E-M1 op stap gaan. Maar van systeem wisselen? Nee, dat niet. Los van de argumten die ik hierboven genoemd heb, heeft het Fujifilm X-systeem voor mij iets bijzonders. Mijn XE-1 met de drie kleine lichtsterke primes heeft voor mij het plezier in fotografie weer doen (her)leven. Al hebben de camera’s van Olympus betere stabilisatie en autofocus; al hebben de camera’s van Sony een full frame sensor; al zijn de camera’s van Panasonic kleiner en lichter, ik hou het bij mijn trouwe Fujifilm.

Stiekem ben ik ook wel een beetje een fanboy.

Winterwedstrijden 2015

Hoewel ik een grote fan ben van Fujifilm en ik het concept ‘systeemcamera’ een goede ontwikkeling op de cameramarkt vind, is er één gebied waar dit type camera nog altijd wat achterblijft (of bleef?) op de digitale spiegelreflex: autofocus. Sommige camerafabrikanten lukt het beter dit te ontwikkelen, en het schijnt dat Olympus met de OM-D E-M1 de snelheid van een spiegelreflex bijna heeft weten te evenaren, maar Fujifilm bleef altijd toch een tandje achter op dit gebied. Het vlaggeschip van Fuji schijnt echter qua autofocus snelheid een eind in de goede richting te gaan.

Vorig weekend had ik de gelegenheid om de XT-1 en de Fuji’s 18-135 mm uit te testen tijdens het fotograferen van de winterwedstrijden op de Kagerplassen. Hoewel ik nog niet geheel overtuigd ben van de kwaliteit van de 18-135 (bij het bouwen van zo’n zogenaamde superzoom – groothoek tot tele in 1 lens – moeten altijd offers gemaakt worden ten opzichte van de kwaliteit), heeft de XT-1 wél overtuigd. Snel, degelijk gebouwd, waterdicht en natuurlijk Fuji’s mooie retro ontwerp is het een prachtige camera om te gebruiken. Natuurlijk zijn er ook enkele puntjes wat minder handig, maar daarover wellicht later. Hieronder in ieder geval wat foto’s van de dag.

Kagerplassen
De Kaagsoos, Fujifilm XT-1 en Fujinon XF 18-135 mm
Winterwedstrijden
Fujifilm XT-1 en Fujinon XF 18-135
Winterwedstrijden
Fujifilm XT-1 en Fujinon XF 18-135 mm
Winterwedstrijden
Fujifilm XT-1 en Fujinon XF 18-135 mm
Winterwedstrijden
Fujifilm XT-1 en Fujinon XF 18-135 mm
Winterwedstrijden
Fujifilm XT-1 en Fujinon XF 18-135 mm
Winterwedstrijden
Fujifilm XT-1 en Fujinon XF 18-135 mm
Winterwedstrijden
Fujifilm XT-1 en Fujinon XF 18-135 mm

Uitzicht op Rotterdam

Ter gelegenheid van de trouwdag van mijn ouders bevond ik mij laatst op een regenachtige avond op de Euromast in Rotterdam. De Euromast – los van fotografie een erg mooie locatie om een keer te bezoeken – is rond het observatiedak zo’n 100 meter hoog en geeft dus een prachtig uitzicht over Rotterdam.

De avond ik kwestie was, zoals normaal tijdens een Nederlandse winter – vrij nat. Vanaf het observatiedak kun je nog eens 85 meter hoger met de ‘Euroscope’. Het uitzicht werd echter niet beter, aangezien je daarmee in de wolken verdween. Na – hopend dat de camera een beetje droog bleef – gehaast wat shots gemaakt te hebben van de Erasmusbrug, en daarna eigenlijk de hoop opgegeven te hebben op wat helderder weer, bleek na het voorgerecht dat het toch nog opklaarde.

Mijn doel was om te kijken of ik wat opnamen kon maken op lagere ISO waarden. Dit betekende automatisch langere sluitertijden, en dus de noodzaak om de camera goed stil te houden. Dit bleek zonder statief nog een flinke opgave, daar er op 100 meter hoogte een stijve bries woei. Na een aantal pogingen is het toch aardig gelukt door zo veel mogelijk uit de wind te staan, de camera (en lens) op de (natte) balustrade te drukken en te hopen dat mijn eigen bewegingen niet de camera te veel bewogen. Bij afwezigheid van een draadontspanner heb ik 2 seconden self-timer gebruikt, zodat de beweging van het indrukken van de ontspanknop niet op de foto te zien zou zijn.

Erasmusbrug and Euromast
De eerste foto van de Erasmusbrug, terwijl het nog regent: ISO6400, 60 mm, f/2.4, 1/40 sec. 
Erasmusbrug and Euromast
Het is helder geworden, langere sluitertijd: ISO200, 35 mm, f/4.0, 3,7 sec.
Erasmusbrug and Euromast
Nog een foto: ISO200, 35 mm, f/5.6, 7 sec.

Een poging om op f/11 nog een foto te maken mislukte helaas door een combinatie van koude vingers, harde wind en een daardoor verschuivende camera. In ieder geval een locatie om nog een keer terug te komen!

Hotshot of the week

Deze week bij toeval weer in de volgboot terecht gekomen bij een RS-500 training van studentenzeilvereniging De Blauwe Schuit. Het woei stevig en soms was het meer zwemmen dan zeilen, maar er zijn wel een aantal mooie plaatjes uit gekomen. Wel bleek dat mijn Fujifilm XE-1 en 60 mm combi wat te weinig bereik en snelheid hebben voor dit soort gelegenheden!

 (Copyright © Eric van den Bandt)

Soft Shutter Release

Sinds kort ben ik in het bezit van een drietal ‘soft shutter releases’. Dit zijn kleine knopjes die je op de ouderwetse ontspanknop van je camera kunt plaatsen als deze een schroefdraad heeft.

De theorie achter deze knopjes is dat ze het indrukken van de ontspanknop subtieler maken, waardoor met langere sluitertijden nog scherpe foto’s gemaakt kunnen worden. Of dit ook nog werkt bij moderne – niet mechanische – ontspanknoppen is nog ter discussie. Door in plaats van je vingertop je tweede vingerkootje te gebruiken voor het indrukken van de sluiter schijn je het in ieder geval te verminderen.

Ik ga het binnenkort testen, want ik heb er nu drie. De resultaten volgen.

foto 1 foto 3 foto 5

World Press Photo

In de Nieuwe Kerk te Amsterdam is t/m 22 juni nog de tentoonstelling van de World Press Photo te zien. Ik ben afgelopen weekend geweest, en het is zoals elk jaar weer de moeite waard om te bekijken, hoewel je niet moet verwachten erg veel blije foto’s te zien.